De Autoriteit Persoonsgegevens (AP) waarschuwt dat de risico’s van kunstmatige intelligentie (AI) snel toenemen. Denk aan discriminatie door algoritmes, deepfakes, AI-fraude en onduidelijke selectie bij sollicitaties. In de nieuwste Rapportage AI & Algoritmes Nederland laat de AP zien dat de situatie verslechtert. Vier van de negen graadmeters in de AI-Impactbarometer staan inmiddels op rood.
Tegelijkertijd zijn de Europese AI-regels (de AI-verordening) al van kracht. Deze regels moeten zorgen voor veilige en betrouwbare AI, met respect voor grondrechten. Maar in Nederland is het toezicht nog niet volledig ingericht. Organisaties weten daardoor niet altijd waar zij precies aan toe zijn, terwijl de risico’s voor burgers blijven groeien.
Wie is verantwoordelijk?
De uitvoering van de AI-verordening vraagt om duidelijke keuzes van het kabinet. Het ministerie van Economische Zaken speelt een belangrijke rol bij technologie- en innovatiebeleid. Daarnaast zijn toezichthouders zoals de Autoriteit Persoonsgegevens en de Rijksinspectie Digitale Infrastructuur betrokken bij de controle op naleving.
Toch ontbreekt op dit moment een duidelijke, specifieke bewindspersoon die AI in portefeuille heeft en zichtbaar regie voert. Dat is zorgwekkend. Juist nu AI zich razendsnel ontwikkelt en grote invloed heeft op samenleving en economie, is heldere politieke verantwoordelijkheid nodig.
Tijd voor duidelijke regie
De boodschap van de AP is duidelijk: de regels zijn er, maar de uitvoering en handhaving moeten snel op orde worden gebracht. Dat betekent: duidelijke wetgeving, aangewezen toezichthouders en voldoende middelen.
Zonder duidelijke aansturing vanuit het kabinet dreigt vertraging. En vertraging betekent dat risico’s voor burgers toenemen. Wie herhaling van eerdere digitale misstanden wil voorkomen, moet nu zorgen voor heldere regie en verantwoordelijkheid.